Menu

Mag ik dan bij jou?

Door Maartje Hopmans

Na jarenlang gewerkt te hebben in de jeugdzorg, besloot Bianca van der Neut (49) dat de tijd rijp was om de problemen waar jongeren tegenaan lopen na hun jeugdzorgtraject, eens écht aan te gaan pakken. En met succes: in januari 2019 werd Kamers met Aandacht opgericht en met ingang van dit jaar mag Kamers met Aandacht zichzelf nu zelfs een stichting noemen. 

Kamers met Aandacht is een initiatief dat de uitstroom van jongeren uit de jeugdzorg bevorderd door kamers te zoeken bij particulieren waar jongeren met ambulante begeleiding en een beetje informele steun de stap naar volwassenheid kunnen maken. Wij spraken met Bianca om te horen wat er volgens haar nog meer moet veranderen, maar ook om te bespreken waarom dit initiatief nu zo hard nodig is.

Wanneer ik de betonnen trappen van De Stadstuin in Overvecht beklim, dringt de geur van zaagsel mijn neus binnen. Er wordt hier druk geklust aan een nieuw kantoor. Aangekomen op de 1e verdieping ontvangt Bianca mij hartelijk. We lopen naar boven, op zoek naar een lege ruimte waar niemand aan de klus is. Alles blijkt vol te zitten en dus vervolgen we onze weg naar de 7e verdieping, met de trap uiteraard. Eenmaal aangekomen ploft Bianca voldaan in een grote leren fauteuil en begint ze te vertellen over waar haar missie begon. “Ik was leidinggevende van een kamertrainingscentrum toen ik mijn laatste jaar in de jeugdzorg werkte”, vertelt Bianca. “Daar zag ik eigenlijk dat heel veel jongeren die uitstroomde uit de jeugdzorg de stap naar volwassenheid niet konden maken. Vaak hadden die jongeren gewoon geen netwerk of was dat netwerk niet stabiel genoeg. Als ze dan op zichzelf gaan wonen, komen ze vaak in de problemen, omdat ze niemand hebben om op terug te vallen.”  

Bij de meerderheid van de gemeentes in Nederland ontbreken de cijfers over de omvang van deze groep jongeren. Hierdoor kan vaak maar moeilijk in kaart worden gebracht hoeveel jongeren momenteel tussen wal en schip vallen als het om huisvesting in combinatie met (jeugd)zorg gaat. Wel is het zo dat er plannen zijn om de leeftijdsgrens voor jeugdzorg op te hogen, zodat de zorg langer door kan gaan na je 18en je dus minder last ondervindt van de zorgkloof. Maar zijn die Kamers met Aandacht dan nog wel nodig?

Ze zag dat jongeren daardoor steeds vaker in de schulden terechtkwamen, strandden in een crisisopvang of hun woning kwijtraakten. Bianca nipt voorzichtig van haar thee en zet het kopje weer terug op het kleine houten tafeltje. “Toen dacht ik: er moet toch een soort tussenstap zijn? Met 18 jaar op jezelf gaan wonen is al jong, maar als je vanuit de jeugdzorg komt dan heb je vaak ook nog andere bagage die je met je meeneemt. Daardoor kan het fijn zijn dat je net wat langer steun hebt van iemand.” En daar ontstond het idee voor Kamers met Aandacht.

Bianca gaat wat verder naar achter zitten in haar stoel, voordat ze verder praat. “Ik weet niet hoe dat bij jou was, maar toen ik net op mezelf ging wonen waren er heel veel dingen die ik echt niet wist. Dan belde ik weer mijn moeder op om te vragen hoe lang dingen moesten koken of op hoeveel graden ik die was nou moest draaien.” Ze stopt even met praten en vertelt dan lachend verder. ”Aan het eind van de maand had ik ook vaak genoeg nog een stuk maand aan het eind van mijn geld zeg maar, haha. En dan had ik wel mijn ouders waar ik op terug kon vallen.” Vooral dat vindt ze nu erg confronterend: jongeren die gewoonweg niemand om hulp kunnen vragen. “Of jongeren die wel ouders hebben, maar gewoon geen hulp willen vragen aan hun ouders. Gewoon, omdat ze daar te trots voor zijn…”

Niet alleen trots is een factor die deze jongeren ervan weerhoudt om hulp te vragen. Ook de oneindige stroom hulpverleners die zij al hun hele leven lang voorbij zien komen, speelt hier een rol in. Wanneer jongeren 18 jaar worden zijn zij meestal wel klaar met alle verplichte hulp en de behandelingen die ze al die jaren hebben moeten ondergaan. Ze denken het zelf beter te kunnen of te weten en gaan zelfstandig op onderzoek uit in de maatschappij.

“Meestal zie je dat ze zichzelf dan na een halfjaar klem lopen. En dan wordt het pas echt gedoe…”, vertelt Bianca. Wanneer jongeren de jeugdzorg niet verlengen binnen een halfjaar na hun 18e en zich later weer bedenken, vallen ze al onder de WMO (red. volwassenenzorg) en is jeugdzorg dus verleden tijd. “Alles begint dan weer van voor af aan. Je krijgt een nieuwe hulpverlener, die niet bekend is met jouw historie. En het is totaal andere zorg, die meer gericht is op volwassenen. Daardoor stoppen heel veel jongeren hiermee en zijn ze weer terug bij af.”

Doordat jongeren vanaf 18 jaar zelf mogen beslissen over wat zij wel of niet met hun leven willen doen, is het extra lastig om deze groep jongeren te begeleiden, zo is ook te zien in de documentaire ‘Losgelaten, losgeslagen’ van Zembla.

 Ook Tess van Well (25), die begeleider op een woongroep is, beaamt dit. “Wanneer een van de cliënten wegloopt uit de instelling of de zorg stop wil zetten is dat volledig aan henzelf. Dit geeft hulpverleners soms een machteloos gevoel, omdat zij allang weten dat het grootste deel van deze jongeren het niet alleen gaat redden in de huidige maatschappij. Je kunt er alleen niks tegen doen.”

Ook Bianca heeft weleens zo’n situatie meegemaakt. Het ging om een meisje dat op haar 15e was aangemeld bij jeugdzorg en waarmee eigenlijk niet zoveel aan de hand was. 

“Haar vader hield zich alleen heel erg veel bezig met haar. Hij kwam uit een andere cultuur en was ervan overtuigd dat zijn dochter volledig was losgeslagen. Dat was niet zo, maar doordat hij dat dacht ging het wel helemaal mis thuis. Haar vader kon het ook niet verdragen als ze uiteindelijk bij familie zou gaan wonen, dus uiteindelijk kwam ze op de observatiegroep en vervolgens de behandelgroep terecht.” Nergens was een pleeggezin waar ze kon wonen, dus woonde ze uiteindelijk een paar jaar op een woongroep. “Uiteindelijk is ze op haar 17e nog naar een kamertrainingscentrum gegaan en heeft haar schooldiploma gewoon gehaald”, vertelt Bianca trots. Binnen het kamertrainingscentrum kwam het meisje in aanraking met andere jongeren. Ze begon te blowen en uiteindelijk werd ze depressief. 

Later ging ze 3 jaar beschermd wonen, omdat ze psychiatrische problemen zou hebben. Van die psychische problemen was niets waar. Het meisje was gewoon depressief en ontzettend eenzaam. “Uiteindelijk heb ik haar op mijn vrije dag verhuisd, omdat ze gewoon niemand had die haar kon helpen. Ik liet haar daar achter, in dat nieuwe huisje dat ze had gekregen… En toen dacht ik: jij hebt geen 3 jaar beschermd wonen nodig, maar gewoon een kamer waar iemand nog eens af en toe naar je omkijkt.” 

Uiteindelijk is het misgegaan bij het appartement waar ze woonde en raakte ze alles kwijt. Het meisje vertrok naar het buitenland en kwam daar terecht in een fout circuit. “Onlangs is ze teruggekomen naar Nederland en heb ik haar aangemeld bij KMA. Het mag eigenlijk, want ze woont niet meer in een instelling. Maar ik kon het gewoon niet over mijn hart verkrijgen om haar niet te helpen…”, vertelt Bianca. Je ziet aan haar gezichtsuitdrukking dat het haar raakt. Dit onderwerp, dit meisje; het is precies de reden dat Kamers met Aandacht 2 jaar terug opgericht is.

Niet voor iedere jongere is plek en ruimte binnen een instelling of woongroep. Door lange wachtrijen en te weinig ruimte hebben jongeren vaak geen toegang tot de zorg die voor hen noodzakelijk is, met alle gevolgen van dien. Om deze reden is organisatie ‘Lijm de Zorg’ in de nazomer van 2019 opgericht. Met hun manifest vragen zij aandacht voor de lange wachttijden bij zorginstellingen en hulporganisaties.

Ik knik begrijpelijk. Toch vraag ik me af of er ooit een einde komt aan de ellendige situatie rondom de jeugdzorg in Nederland en de jongeren die daar nu de dupe van worden. Wanneer is het project van Bianca geslaagd? Als alle jongeren van de straat geplukt zijn? 

Ze glimlacht, want ambitieus is ze zeker, maar zo’n groot probleem in haar eentje oplossen is niet realistisch. “Wanneer er overal in Nederland op plekken waar jeugdzorginstellingen zijn, ook Kamers met aandacht komen, ben ik tevreden. Wellicht zullen ze in Limburg wat minder nodig zijn dan bijvoorbeeld in regio Rotterdam en Den haag, maar ik hoop dat dit een nieuwe vorm van kamerbemiddeling voor deze groep jongeren wordt”, spreekt ze hoopvol. 

En ik hoop met haar mee.